->->->naar publicaties/Veröffentlichungen

->->->naar homepage/zurück zur Startseite

In voorbereiding voor najaar 2022

(catalogus van de 'eretentoonstelling Willem de Zwart' in Pulchri Den Haag met als titel Lijn uitbrengen bron: RKD - foto: MdB)

Zonder het Noord Veluws museum en het tevoorschijn halen van fotoalbums van zolder was ik misschien nooit op het idee gekomen een studie te wijden aan twee oudooms die beiden kunstschilder werden. Het Noord Veluws museum organiseerde in de winter van 2019/2020 een expositie rond het schilderkundig genootschap Pictura Veluvensis en ik kon een werk van Pieter in bruikleen geven. Het contact dat ontstond met de gastconservator Harry Tijssen inspireerde. Tegelijkertijd, hoewel los van elkaar, bladerde ik door oude fotoalbums. En zo werd de kiem gelegd voor wat aan het uitgroeien is tot een studie die beide broers tot onderwerp hebben.

Willem de Zwart, (1862 - 1931), werd bekender dan Pieter, (1880 - 1967). Het leven van Willem kende pieken en dalen en liep uit op een persoonlijk noodlot, dat van Pieter was kalm en relatief teruggetrokken, zonder grote verdiensten of gebaren. Ziehier het materiaal in een notedop. Er is dan ook veel meer materiaal te vinden van- en over Willem, dan over Pieter. Toch levert een levensbeschrijving van beiden binnen de context van hun verwantschap - terwijl ze achttien jaar met elkaar in leeftijd verschilden - boeiende perspectieven op. Wat betekenden ze in hun tijd? Hoe was hun onderlinge relatie? Familiedynamiek? Waarom hield Pieter, die een bloeitijd kende in de jaren 1920, zich vast aan de traditie?

(catalogus van een expositie Pieter de Zwart in 1923 in het Haagse - privécoll. foto: MdB)

P.F. Thomése recenseerde op 27 januari 1995 een expositie met werk van Willem de Zwart in het Brabants Dagblad. Hij opende met: "Ware er geen Vincent van Gogh geweest, dan was Willem de Zwart onze nationale peintre maudit geworden.' (bron: RKD) Dat was raak getypeerd. In veel recensies van werk dat na zijn overlijden op 11 december 1931 werd geëxposeerd, keren zowel zijn kracht doordat hij, deel uitmakend van schilders die tot de nabloei van de Haagse School werden gerekend, invloeden onderging van het Amsterdamse impressionisme, als zijn latere neergang terug. Hij was rond zijn veertigste op het toppunt van zijn kunnen en bekendheid, toen hij geplaagd werd door aanvallen van paranoiïa. Hij lijkt de neiging te hebben gehad zijn eigen glazen in te gooien, juist als het hem voor de wind ging. Hij herstelde, tien jaar later echter stortte hij weer in.

Over zijn laatste jaren werd gememoreerd door een collega:'Willem de Zwart, zooals we hem zoo dikwijls zagen, schuifelend in zijn wonderlijke kleeding, met kleine als beverige stapjes, veel en lang stil staande, altijd met veldstoeltje en schilderkist onder den arm en met iets van machteloos fanatisme in den blik.' (bron: Richard Bionda, Willem de Zwart, biografie 1984) Toch kende hij een flitsende start temidden van zijn vrienden van de Haagse Kunstacademie onder wie Breitner, Israels en Tholen. Hij was ook ongelofelijk productief en oogstte vele eervolle vermeldingen. Pulchri eerde hem dan ook kort na zijn overlijden met een expositie.

(Pieter de Zwart, zelfportret, omstreeks 1923 - privécoll.)

Koos Pieter een eigen kalme weg meer op de achtergrond omdat hij de pieken en dalen van zijn broer van nabij meemaakte? Of ondervond hij hinder van de bekendheid van Willem, die ondanks alles goed bleef verkopen en altijd meer in de aandacht stond? In de dubbelbiografie in voorbereiding wordt naar antwoorden gezocht.

Publicatie en presentatie in samenwerking met de Haagse Kunstkring. Later meer info hierover

->->->algemene info en programma HKK

->->->terug naar homepage/zurück zur Startseite

->->->naar publicaties/Veröffentlichungen